Hoe een verlegen koeienhoeder per ongeluk de Engelse literatuur begon
Stel je voor: je bent een eenvoudige herder in Noord-Engeland, ergens rond het jaar 670. Je zorgt voor de koeien bij het klooster van Whitby. En dan, zomaar, in een droom of door een goddelijk teken, kun je ineens dichten. Dat gebeurde volgens de overlevering met Caedmon. Hij maakte negen regels over God en hoe Hij de wereld schiep. Die regels bleven bewaard. En daarmee is Caedmon’s Hymn de oudste Engelse tekst die we kennen.
Een verhaal dat eeuwenlang alleen in de kantlijn stond
Monnik en geschiedschrijver Beda nam Caedmon’s gedicht op in zijn boek over de Engelse kerkgeschiedenis. Maar Beda schreef alles in het Latijn. De Engelse regels van Caedmon? Die kwamen er later bij, vaak in de marge of aan het einde. Twee oude handschriften kenden we al. Ze zaten in Cambridge en Sint-Petersburg. Beide zagen er hetzelfde uit: Latijn met een beetje Oudengels als bijzaak.
Tot onderzoekers van Trinity College Dublin een ander handschrift ontdekten.
Een manuscript dat verdween en weer opdook
In de Nationale Centrale Bibliotheek in Rome ligt een document uit de vroege negende eeuw. Het is gemaakt in een Italiaans klooster. Door de napoleontische oorlogen raakte het manuscript op drift. Het verdween in privécollecties. Wetenschappers dachten al sinds 1975 dat het verloren was.
Tot de bibliotheek het digitaliseerde.
Wat er anders aan is
Dr. Elisabetta Magnanti en Dr. Mark Faulkner bestudeerden het gedigitaliseerde exemplaar. Ze zagen wat de anderen niet hadden: de Engelse regels zaten niet meer in de kantlijn. Ze waren in de Latijnse tekst zelf verweven. Dat klinkt misschien klein, maar het zegt iets belangrijks. Wie dit handschrift schreef, vond de Engelse versie net zo belangrijk als de rest. Dat was nieuw.
Wat dit betekent voor onze kennis van taal
Van Oudengels hebben we maar zo’n drie miljoen woorden bewaard. En dat komt grotendeels uit de tiende en elfde eeuw. Caedmon’s Hymn is ouder. Het brengt ons dichter bij het begin van de Engelse taal. Het handschrift uit Rome geeft ons bovendien een hint: al in de vroege middel-eeuwen vonden mensen het belangrijk om Engelse poëzie vast te leggen. Even belangrijk als de Latijnse versie.
Wat digitalisering kan doen
Het mooiste aan dit verhaal? Twee onderzoekers in Dublin konden iets ontdekken over een handschrift in Rome zonder ooit te reizen. Alles dankzij digitalisering. Zonder dat iemand het manuscript online had gezet, was dit misschien nooit aan het licht gekomen.
Dit laat zien waarom we historische documenten moeten digitaliseren. Soms zit er een verhaal achter dat ons begrip van taal en geschiedenis verandert. En dat verhaal was er al. Het hoefde alleen nog maar gevonden te worden.