Wetenschap krijgt een duwtje in de rug (en je telefoon doet mee)
Stel je voor: je loopt door het Australische binnenland voor een vogelstudie. Opeens zie je een plant met kleine paarsroze bloemen die eruitzien als pluizige sterretjes. Je maakt er een paar foto’s van. Later, als je weer bereik hebt, zet je ze online op iNaturalist. Klaar.
Maar het verhaal stopt daar niet.
Die ene handeling bracht een plant terug uit de vergetelheid.
De herontdekking van een verdwenen bloem
Ptilotus senarius had al sinds 1967 niemand meer gezien. Wetenschappers dachten dat de soort was uitgestorven. Bijna zestig jaar lang was er niets meer van vernomen. Totdat Aaron Bean, een horticulturist die vogels aan het tellen was op een groot privé-eigendom in het noorden van Queensland, de bloemen tegenkwam.
Hij maakte foto’s. Deelde ze. En die foto’s bereikten uiteindelijk Anthony Bean, een botanicus die de soort jaren eerder zelf had beschreven. Hij herkende de plant meteen.
Niet alleen geluk, maar een nieuwe manier van werken
Dit gaat niet alleen om toeval. Het laat zien hoe burgerwetenschap de manier verandert waarop we natuuronderzoek doen. Vroeger trokken wetenschappers zelf het veld in. Maar Australië is immens groot. En veel land is privébezit. Je kunt niet zomaar iemands poort openduwen en vragen of je daar mag rondkijken.
Met platforms als iNaturalist kan iedereen meedoen. Je hoeft geen diploma te hebben. Alleen een beetje nieuwsgierigheid en een camera.
De kracht van vele ogen
Thomas Mesaglio van UNSW legt uit dat deze herontdekking afhing van een ketting van toevalligheden. Er moest iemand met plantenkennis op de juiste plek zijn. Die moest de moeite nemen om te fotograferen. En daarna moest iemand die er verstand van kent, de foto’s zien – te midden van miljoenen andere waarnemingen.
Maar als meer mensen meedoen, wordt zo’n toeval minder zeldzaam.
Wat jij kunt bijdragen
Je hoeft geen botanicus te zijn om iets te betekenen. Belangrijk is de kwaliteit van je waarneming. Maak foto’s van alle delen: bloemen, bladeren, stengel. Noteer ook dingen die niet op een foto te zien zijn, zoals de geur, de grondsoort of de insecten die erop afkomen.
Zo’n complete beschrijving is voor wetenschappers veel waardevoller.
In Australië lopen al projecten die boeren en landeigenaren helpen om de natuur op hun grond goed te registreren. Dat zorgt er niet alleen voor dat we meer leren,也 ook dat mensen meer betrokken raken. Wie actief registreert, begint al gauw te denken aan bescherming.
De toekomst van natuuronderzoek
iNaturalist is ondertussen al in duizenden studies gebruikt, in 128 landen. Het is geen leuk hobbyproject meer. Het is een serieuze bron van nieuwe kennis.
Wetenschappers kunnen niet overal tegelijk zijn. Maar miljoenen mensen met een smartphone wel. En die data kunnen net het verschil maken.
Dankzij een simpele waarneming krijgt Ptilotus senarius eindelijk de bescherming die het nodig heeft. Het is niet meer als uitgestorven beschouwd, and it's critically endangered. En dat is een hoop voor de toekomst.